Aardzoekboek

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 
A  
aardbeving Een trilling van de aarde op de plek waar aardplaten langs elkaar schuiven. 
aarde (1) Wereld, (2) grond, (3) bodem.
aardexpres Wonderbaarlijk voertuig dat in staat is dwars door de aarde te reizen. 
aardgas Gas ontstaan uit fossiele resten van planten en dieren die miljoenen jaren geleden op aarde leefden, wordt nu gebruikt als brandstof
aardkern Het binnenste van de aarde. Deze zit zo'n 6378 kilometer onder het aardoppervlak. De binnenkern is een soort harde bal van 6000°C, de buitenkern bestaat uit vloeibaar gesteente en is 5500°C.
aardkorst De oppervlakte van de aardbol waarop wij wonen is de aardkorst. Onder land is de aardkorst dik (0-50 km), onder zee wat dunner (0-10 km)
aardlaag Laag van de aardkorst
aardmantel De laag direct onder de aardkorst. De mantel is erg dik, hij begint 40 km onder het aardoppervlak en gaat door tot een diepte van 2700 km. Daaronder begint de aardkern.
aardolie Delfstof die ontstaan is uit fossiele planktondiertjes. Toen deze diertjes in zee dood gingen, zakten ze naar de bodem. Ze verteerden niet goed, en er bleef een laag slik over. De laag kwam onder hoge druk te staan en de temperatuur steeg tot kookpunt. Uit deze laag is aardolie ontstaan. Van aardolie worden onder andere benzine, petroleum, plastic gemaakt. 
aardplaat Stuk van de aardkorst die als het ware op de mantel drijft. De aardplaten schuiven ten op zichte van elkaar. Op sommige plekken schuiven de platen onder elkaar. Op andere plekken botsen de platen tegen elkaar en ontstaat er een gebergte. Het bewegen van de aardplaten heet plaattektoniek.
affakkelen Het verbranden van gas bij een fabriek of bij een boorput. Als er per ongeluk veel gas ontsnapt, brandt dit direkt op. De fakkel is zo een soort veiligheidsklep. Het gas kan dan niet ontploffen.
ammoniet Soort inktvis die in een schelp leefde. De schelp was gedraaid als een slakkenhuis. Ammonieten leefden in de zeeën vóór het Carboon. De schelpen konden enkele meters groot zijn.
anorthosiet Soort stollingsgesteente, graniet
antraciet Een zeer hard soort steenkool met 92% koolstof.
archeoloog Iemand die bestudeert hoe mensen vroeger leefden, door te kijken naar de resten van gebouwen, voorwerpen en andere dingen die de mensen van toen hebben achtergelaten
*atmosfeer De gaslaag om de aarde heen
B  
baggeren Modder scheppen van de bodem van een rivier, meer of zee.
barnsteen Steen ontstaan uit hars
basalt Harde steensoort die ontstaan is door het smelten van de aardmantel. Basalt is een stollingsgesteente en is heel donker van kleur. Het is één van de meest voorkomende gesteenten in de aardkorst.
bekken Een verlaging in het aardoppervlak, waarin een oceaan ligt. 
bergrug Een lange, smalle verhoging met steile zijkanten. 
biogas Gas dat ontstaat als dieren en planten rotten.
bodem De bovenste 1,5 meter van de grond die bestaat uit mineralen, dieren en planten. Een bodem is meestal opgebouwd uit meerdere lagen. Dat is goed te zien in een bodemprofiel.
bodemdaling Het zakken van de bodem ten opzichte van het zeeniveau. De oorzaken hiervan kunnen zijn: (1) verzakken van de bodem langs een breuk in de aardkorst, (2) inklinken van de bodem, of (3) stijgen van het zeeniveau
bodemgesteldheid Toestand van de bodem: verdeling van hoog en laag, grondsoorten enz.
bodemkaart Kaart waarop verschillende soorten bodems te zien zijn, bijvoorbeeld zand, klei, veen, rots.
bodemkunde Studie van de grondsoorten
bodemprofiel Dwarsdoorsnede van de bodem. Een bodemprofiel bevat vaak verschillende lagen. Bovenaan het bodemprofiel is de toplaag te zien, die bijvoorbeeld bestaat uit humus. In het midden zie je dat de toplaag uitspoelt, bijvoorbeeld het onderliggende zand kleurt. De onderste laag van het bodemprofiel bestaat uit het moedergesteente. De lagen verschillen van elkaar in mineralen, planten en dieren.
bodemsanering Schoonmaken van vervuilde bodem
bodemschat Uit de grond gegraven stof. Bodemschatten zijn bijvoorbeeld olie, steenkool, zout en diamant.
boorkop Het uiteinde van de boorstang. Met de boorkop wordt een gat in de bodem geboord om olie of gas te winnen.
boormethoden Verschillende manieren van boren
boren Draaiende een gat maken in de bodem
bouwput Tijdelijke put voor ondergrondse werkzaamheden
brachiopoden Groep dieren met een boven- en onderschelp, levend op een steel. Ze worden ook wel 'armpotigen' genoemd
breuk Een barst in het aardoppervlak, ontstaan tijdens een aardbeving
bron Plaats waar spontaan water uit de bodem loopt.
bronstijd De tijd (2100 tot 600 voor Chr.) waarin voor het eerst werd ontdekt, dat koper gebruikt kon worden voor het maken van gereedschappen en andere voorwerpen. In ons land begon de bronstijd ongeveer 3500 jaar geleden.
bruinkool Brandbare delfstof die in Nederland niet gewonnen wordt. Bruinkool wordt wel in Duitsland uit de grond gehaald. Er kunnen kachels op gestookt worden.Ook elektriciteitscentrales gebruiken bruinkool om elektriciteit te maken. Bruinkool is een jonger gesteente dan steenkool. Het is gevormd in het Tertiair, en steenkool is gevormd in het Carboon. Uit bruinkool kan steenkool ontstaan, maar dan moet je wel miljoenen jaren wachten.
C  
canyon Een diepe smalle kloof, vaak gevormd doordat een rivier het gesteente heeft uitgeslepen
Cambrium Het tijdperk 500 miljoen jaar geleden.
Carboon Het tijdperk 240 miljoen jaar geleden. Het was toen erg warm, en Nederland was bedekt met bossen en moerassen vol reuzenvarens en wolfsklauwen. Er kropen en vlogen hele grote insecten rond. Er waren nog geen vogels of zoogdieren. De moerasbossen uit het Carboon zijn in miljoenen jaren veranderd in steenkool. Steenkool zit diep onder de grond. Het tijdperk voor het Carboon heet Devoon, het tijdperk erna was het Perm. 
cement Metselstof die gebruikt wordt om huizen te bouwen. Het wordt gemaakt van een poeder van zand, kalk en klei. Als je het cementpoeder met water mengt kun je er stenen mee metselen of beton van maken.
cokes Het restant dat overblijft na het verhitten van steenkool. Je spreekt het woord uit als ‘kooks’.
conglomeraat Een hard gesteente dat bestaat uit samengeplakte grind en kleine steentjes. De deeltejs in dit sedimentgesteente zijn groter dan 2 mm
continent Werelddeel. Elk werelddeel ligt op een aardplaat en kan hierdoor verschuiven.
continentale drift Het langzaam bewegen van de werelddelen ten opzichte van elkaar. Op sommige plekken botsen de werelddelen tegenelkaar waardoor bergen ontstaan. Op andere plekken schuiven ze onder elkaar.
D  
dalen Omlaag zakken
dampkring Atmosfeer, gaslaag om de aardbol heen
dekzand Zand dat door de wind is vervoerd wordt en een laag vormt.
delfstof Uit de grond gegraven stof, bodemschat. Delfstoffen zijn bijvoorbeeld olie, steenkool, zout en diamant.
delfstoffenkaart Kaart waarop te zien is waar de verschillende delfstoffen in de grond zitten.
delta Riviermonding in de vorm van een waaier. 
Devoon Het tijdperk 310 miljoen jaar geleden.
dinosaurus Reptiel dat leefde in het Trias, Jura en het Krijt.
draineren Droogleggen van land
drassig Moerassig, modderig, nat grasland
drinkwater Gezuiverd water dat je kunt drinken.
druipsteen Gesteente dat bestaat uit kalk, door water toe te voegen wordt de kalk zacht en gaat druipenHet wordt gevormd 
drumlin Een lange, eivormige heuvel ontstaan door een gletsjerdie het landschap afgesleten heeft.
dwarsdoorsnede Doorsnede door het kortste gedeelte
E  
edelsteen Zeer kostbaar gesteente, bijvoorbeeld diamant, robijn of granaat. Ze zijn ontstaan uit vloeibaar gesteente dat bij het afkoelen kristallen heeft gevormd.
eindmorene Een langwerpige hoop stenen aan de rand van een gletsjer. Het langzaam kruipende ijs van de gletsjer heeft de stenen hier naar toe vervoerd.
epicentrum Het punt op het aardoppervlak dat zich precies boven het middelpunt van een aardbeving bevindt.
erosie Verwering van gesteente. Er slijten langzaam korreltjes van het gesteente af, waardoor het wordt afgebroken. Erosie kan plaatsvinden door wind, water, ijs en zon.
erts Een gesteente dat veel metaal bevat
estuarium Plek waar de rivier in waaiervorm de zee in stroomt (riviermonding). 
evolutie De geleidelijke ontwikkeling van het leven op aarde
extinctie Uitsterven van planten en dieren, meestal als gevolg van verandering in het klimaat.
F  
fossiel Versteende resten of afdrukken in gesteenten van planten of dieren.
fossiele brandstoffen De brandstoffen steenkool, aardolie en aardgas, die allemaal zijn ontstaan uit de resten van organismen (planten en dieren) die lang geleden hebben geleefd
G  
gas Onzichtbare, vluchtige stof. Gas wordt gewonnen op grote diepte. Aardgas is ontstaan in het Krijt, maar op sommige plekken ook in het Perm. Gas kan worden gebruikt voor verwarming, om te koken en voor verlichting.Ook nu ontstaat er nog gas wanneer resten van planten en dieren verrotten. Dit heet biogas.
gasveld Plaats waar veel aardgas in de bodem zit. Het plaatsje Slochteren heeft het grootste gasveld van Nederland. 
geiser Een bron die af en toe een fontein van heet water spuit.
geografie Aardrijkskunde = leer over de aardbol, de verschillende landen en werelddelen, klimaat. Grondsoorten etc.
geologie Aardkunde, leer over het ontstaan van de aardkorst, en de verschillende aardlagen.
geologische tijdschaal De tijdschaal die gemaakt is door te kijken naar de verschillende aardlagen. Elke aardlaag is gevormd in een bepaalde periode. Wanneer de ene aardlaag eindigt en een volgende begint, eindigt een geologische periode.
gesteente Onderdeel van de aardkorst, zand, grind, lava en klei gevormd tot een harde klomp
glaciaal Betreffende de ijstijd, poolstreken, gletsjers
glas Doorzichtige stof, gemaakt van zand (silicum), ongebluste kalk en soda. 
gletsjer Van een berghelling afschuivende rivier van ijs. Een gletsjer verplaatst zich heel langzaam naar beneden en schuurt daarbij een diep, U-vormig dal uit.
graniet Gestippeld stollingsgesteente dat zeer hard is. Het is gevormd uit gesmolten aardmantel. Het bevat veel kwarts en veltspaat, en je ziet dan ook allerlei kleine kristalletjes van deze stoffen in het graniet zitten.
grind Steengruis, kleine steentjes die 2 mm of meer in doorsnede zijn
grindbank Laag grind, vaak gevormd door een rivier.
grond Aarde, land, bodem
grondboor Werktuig om een stukje uit de bodem (een bodemmonster) weg te halen om dit boven de grond te kunnen bekijken.
grondboring Onderzoek naar de samenstelling van de aardlagen. Hierbij wordt een grondboor gebruikt.
grondsoort Zand, grind, klei, löss, veen, rots.
grondwater Water dat diep in de bodem zit opgeslagen. Het duurt vaak duizenden jaren voordat het water heel diep zit. Grondwater wordt vaak uit de grond omhoog gepompt om te gebruiken als drinkwater of voor het besproeien van landbouwgewassen.
grondwaterpeil Stand van het grondwater, op hoeveel meter in de grond begint het grondwater
grot Een holle ruimte in een rots ontstaan door regenwater dat rotsspleten heeft uitgeslepen. Door dit wegslijten van de rots ontstaat een steeds bredere spleet of ruimte. Zakt de waterspiegel dan stroomt het water uit de spleet weg en blijft een grot over.
H  
haaietand Tand van een haai. In Nederland kun je fossiele haaietanden uit het Tertiair vinden aan het strand bij Cadzand en Nieuwvliet.
halfrond Halve wereldbol. De evenaar is de scheidslijn tussen Noordelijk en Zuidelijk halfrond. Wij wonen op het Noordelijk halfrond. Australië ligt op het zuidelijk halfrond.
hars De plakkerige vloeistof die vooral uit dennebomen stroomt en kan veranderen in barnsteen
heimachine Toestel om palen mee de grond in te slaan.
heipaal Paal die in de grond geslagen wordt om bijvoorbeeld een gebouw op te zetten. Dit gebeurt om te voorkomen dat het gebouw wegzinkt in slappe grond.
historie Geschiedenis.
Holoceen Het tweede deel van het jongste geologische tijdperk, het Kwartair. Het Holoceen begon 10.000 jaar geleden na de laatste ijstijd. De tijd waarin wij leven hoort ook bij het Holoceen.
hoogveen Grond die is ontstaan uit halfvergane plantenresten. Hoogveen ligt boven de waterspiegel.
horst Een verhoging in de bodem, ontstaan doordat de bodem omhoog geduwd is.
hot spot Een plaats op het aardoppervlak waaronder de vloeibare mantel omhoog komt. Bijvoorbeeld Ijsland en Hawaï.
humus De bovenste laag van de aarde. Humus is erg vruchtbaar en omdat het veel verteerde plantenresten bevat. Het lijkt een beetje op potgrond.
hunebed Prehistorische begraafplaats die bestaat uit opgestapelde zwerfkeien.
hydrosfeer De waterlaag op aarde
I  
ichthyosaurier Een vleesetend reptiel, dat een beetje leek op een dolfijn
ijserosie Het wegslijten van gesteente doordat er ijs overheen schuurt
ijskap Dik pak ijs dat op de noord- en zuidpool ligt
ijstijd Aanhoudende periode waarin het klimaat op aarde kouder wordt en pak- en gletsjerijs zich uitbreiden. De oorzaak van een ijstijd is waarschijnlijk dat de aarde in een iets grotere baan om de zon draait. In het Pleistoceen waren verschillende ijstijden.
ijzererts IJzerhoudende delfstof waaruit het ijzer gesmolten wordt
ijzertijd De tijd die begon toen ijzer algemeen gebruikt werd in plaats van brons. Dat gebeurde ongeveer 600 v. Chr. en duurde tot 50 n. Chr.
inklinken Dalen van de bodem door droogte
inkolen De vorming van steenkool uit plantenresten. Hoge druk en temperatuur zijn nodig voor het inkolingsproces. Inkolen duurt miljoenen jaren.
inkoling Verlies van water en gassen uit een laag dode planten. De laag wordt hierdoor in elkaar gedrukt en na lange tijd ontstaat er steenkool.
indicator Plant of dier die door zijn aanwezigheid de soort leefomgeving aangeeft. Een plant kan bijvoorbeeld iets zeggen over de bodem, over vervuiling of klimaat.
indicatorsoort Plant- of diersoort die door zijn aanwezigheid aangeeft wat voor soort leefomgeving er is. Een plant kan bijvoorbeeld iets zeggen over de bodem, over vervuiling of klimaat.
inpolderen Stuk land door dijken omgeven en droogmaken.
interglaciaal De tijd tussen twee ijstijden
J  
Jura Het tijdperk 160 miljoen jaar geleden. Ervoor was het Trias, erna kwam het Krijt.
K  
kalk Witte stof, die onder andere gebruikt wordt bij metselwerk en bij het maken van glas.
kalksteen Witte steensoort die veel kalk bevat. Die kalk halen ze eruit om bijvoorbeeld cement te maken.
karst Gebied met onderaardse meren en rivieren, druipsteengrotten enz.
kei Grote steen
kern Het binnenste van onze planeet. Het bestaat uit twee delen; de binnenkern en de buitenkern. De binnenkern is een vaste klomp, de buitenkern is gesmolten en draait langzaam rond de binnekern. De kern bestaat voor het grootste gedeelte uit ijzer, nikkel en andere mineralen.De elektrische stromen in de kern wekken het aardmagnetisch veld op.
kleileem Grondsoort met deeltjes die tussen klei en leem in zitten, met afmetingenen tussen de 0.002 mm en 0.02 mm.
kiezel Rond steentje, stukje grind
kiezelsteen Rond steentje, stukje grind
klei Grondsoort met deeltjes die kleiner zijn dan 0.002 mm in doorsnede. Dat is zo klein dat je de deeltjes niet kunt zien.
klimaat Het weer en de lucht gedurende een heel jaar over een groot gebied
kom Diepte of laagte in de bodem in de vorm van een kom
korst De buitenste laag van de aarde. De aardkorst is onder de zeebodem zo'n 10 km dik, en onder land wel 40 km.
kristal Doorschijnende edelsteen die fijn geslepen is.
Krijt Het tijdperk van de dinosauriërs, 140 miljoen jaar geleden. In die tijd was Nederland half land en half zee. Er was dus veel strand en duinen, en de rivieren vormden een delta. In het Krijt was het klimaat tropisch. Het tijdperk erna was het Tertiair, het tijdperk ervoor het Jura.
Kwartair Het jongste geologische tijdperk. Het Kwartair begon 2,5 miljoen jaar geleden. Het is verdeeld in twee delen, het Pleistoceen (2.500.000 tot 10.000 jaar geleden) en het Holoceen (10.000 jaar geleden tot nu). 
kwarts Een belangrijk mineraal in graniet. Kwarts is vaak doorzichtig maar lijkt soms ook een beetje melkachtig B160blauw.
kwel Water dat uit de grond naar boven komt.
kwelder
L  
laagveen Veen ontstaan onder water.
lagune Meer van zeewater op het strand, bij vloed verbonden met de zee.
landijs IJs waaronder land zit, bijvoorbeeld bovenop een berg of bij de Zuidpool. Onder het ijs van de Noordpool zit geen land.
lava Vloeibaar gesteente dat uit een vulkaan komt en daarna stolt.
leem Grondsoort met deeltjes met een afmeting tussen de 0,002 mm en de 0,050 mm. Als ze groter zijn dan is het zand, als ze kleiner zijn dan is het klei.
leisteen Grondsoort met deeltjes met een afmeting tussen de 0,002 mm en de 0,050 mm. Als ze groter zijn dan is het zand, als ze kleiner zijn dan is het klei.
lithosfeer De aardkorst en het bovenste gedeelte van de aardmantel
löss Een kleilaag die ontstaan is doordat de wind de kleideeltjes heeft afgezet. In Limburg komt veel löss voor.
M  
maan Hemellichaam dat om de aarde cirkelt.
magma Vloeibaar gesteente dat onder een vulkaan zit. Magma ontstaat ongeveer 100 km onder de grond. Het stijgt omhoog en blijft in een ruimte in het vaste gesteente zitten. Daar stolt het langzaam. Als de vulkaan uitbarst, knalt het magma naar buiten. Zodra het naar buiten komt heet het lava.
magnetometer Een instrument dat het magnetisch veld van de aarde meet. Het wordt gebruikt bij de opsporing van ondergrondse oude vuurplaatsen en metale voorwerpen.
mammoet Uitgestorven olifantensoort die leefde in het Pleistoceen. De mammoet kon wel 4,5 m. hoog worden en had lang haar
mantel Dikke lagen van gesteente die onder de aardkorst zitten. Onder de mantel zit de aardkern.
marmer Zeer harde geaderde steensoort die in veel verschillende kleuren voorkomt. Het wordt vaak gebruikt voor tegels of beelden.
mastodont Een uitgestorven slurfdier
melkweg Lichtende sterrengordel waarvan de zon en ons planetenstelsel onderdeel zijn.
mergel Zacht, poreus gesteente, een mengsel van klei en kalk. In Zuid-Limburg zit veel mergel in de grond. Het werd gebruikt om huizen te bouwen. De grotten in de Sint Pietersberg zijn achtergebleven graaftunnels
Mesolithicum Middelste periode van de steentijd
metamorf gesteente Gesteente dat is veranderd door hoge druk en hoge temperatuur, bijvoorbeeld leisteen. Metamorf gesteente is altijd ontstaan uit bestaand gesteente.
meteoriet Steen uit het helal die op de aarde is gevallen. Een meteoriet is afkomstig van een hemellichaam.
mineralen Gesteenten die uit de bodem worden gehaald bijvoorbeeld steenkool, ijzererts, diamant
modder Aarde die door het mengen met water week en vies is geworden.
moedergesteente Zand, leem, klei of gesteente. De onderste laag van een bodem.
moedermateriaal Zand, leem, klei of gesteente. De onderste laag van een bodem.
moeras Drassig land bedekt met planten
mol Insektenetend graafdier
morene Een langwerpige hoop stenen aan de rand van een gletsjer. Het ijs kruiende ijs van de gletsjer heeft de stenen hier heel langzaam naar toe vervoerd.
Mosasaurus Een dier dat leefde in het Krijt. Het lijkt het meest op een hagedis of een slang van 10 meter lang. Hij verplaatst zich tussen de wieren door zijn staart door het water te slaan. 
N  
NAM Nederlandse Aardolie Maatschappij BV
Neolithicum Jongste periode van de steentijd
Noordpool Het gebied ten noorden van de poolcirkel. Het bestaat uit de Noordelijke IJszee en de daaraan grenzende delen van Europa, Azië en Noord-Amerika, en is grotendeels bedekt met ijs. De Noordpool heet ook wel Arctica.
O  
obsidiaan Een donker, glasachtig vulkanisch gesteente van hard geworden lava.
oceaan Grote zee tussen de werelddelen.
oceaanstroming Stroming in de oceaan die altijd dezelfde kant op gaat.
olie Brandstof die gevormd is in de loop van miljoenen jaren. De aardlaag waarin olie wordt gevonden is vaak gevormd in het Krijt of het Perm. Het is ontstaan uit planktondiertjes die naar de zeebodem zakten en daar niet goed verteerden. Uit de slik die zo gevormd werd, ontstond onder hoge druk en temperatuur olie.
olieboring Boring in de grond om olie te winnen.
olieveld De plaats waar veel olie in de bodem zit. In Nederland zijn kleine olievelden bij Schoonebeek en in het Westland. 
ongebluste kalk Kalk waar nog geen water aan toegevoegd is.
optilling Plek in de aardkorst die omhoog gaat ten opzichte van het zeeniveau.
P  
Paleolithicum Oudste periode van de steentijd
paleontologie Studie van fossiele planten en dieren
Pangaea Het werelddeel dat miljoenen jaren geleden bestond. Toen Pangaea in stukken brak, zijn daar langzaam de werelddelen van nu uit gevormd. Ooit zaten ze dus allemaal aan elkaar vast.
pekel Water met zout erin opgelost.
pekelkreeftje Soort garnaal die in heel zout water kan leven.
Perm Het tijdperk Perm was 200 miljoen jaar geleden. Nederland was bedekt met een hele zoute zee, de Zechsteinzee. Het klimaat was een stuk warmer, net als in de woestijn. Het water van de zee verdampte en een zoutlaag bleef over. Het zout dat in Nederland uit de grond gehaald wordt, is ontstaan in het Perm. Na het Perm kwam het Trias, ervoor was het Carboon.
pier Aardworm
pingo Soort meertje ontstaan nadat een groot blok ijs smolt.
pissebed Grijsbruin schaaldiertje, vaak onder bloempotten, stenen enz. wordt ook wel keldermot genoemd
plaat Stuk van de aardkorst die als het ware op de mantel drijft. De aardplaten schuiven ten op zichte van elkaar. Op sommige plekken schuiven de platen onder elkaar. Op andere plekken botsen de platen tegen elkaar en ontstaat er een gebergte. Het bewegen van de aardplaten heet plaattektoniek.
plaattectoniek Beweging van de aardplaten ten opzichte van elkaar
plankton Hele kleine plantjes en diertjes die leven aan de oppervlakte van de zee. Plankton is de voedselbron waar bijna al het leven in zee van afhankelijk is.
Pleistoceen Het eerste deel van het jongste geologische tijdperk, het Kwartair, Het Pleistoceen is de ijstijd. Het begon 2,5 miljoen jaar geleden, en duurde tot 10.000 jaar geleden toen het klimaat weer wat warmer werd. In het Pleistoceen was Nederland soms gedeeltelijk bedekt met gletsjerijs. Op andere momenten lag het ijs noordelijker, maar was het in Nederland nog steeds erg koud. De Noordzeekust lag een stuk verder weg, richting Groot-Brittannië. Er leefden al mensen, en ook mammoeten, sabeltandtijgers en holenberen.
plooi Vouw in de aardkorst
polder Laaggelegen land met dijken er omheen, waarin de waterstand geregeld wordt door er water in of uit te pompen.
pool Noordelijk of zuidelijk uiteinde van de aardas
poolkap Laag ijs op de pool
prehistorie Voorhistorische tijd, voor de uitvinding van het schrift
puimsteen Poreus gesteente met veel gaatjes ontstaan uit afgekoelde lava
Q  
quarts Kwarts
R  
regenworm  
reliëf Ondergrond met verhogingen en verlagingen
rif Rots, klip
riool Ondergrondse afvoerbuis voor afvalwater
rioolbuis Riool
riolering Ondergronds buizenstelsel voor de afvoer van afvalwater
rug Gebergte
S  
saalien De eerste ijstijd waarbij het ijs Nederland bereikte
Sandr vlakte Een lichte helling die ontstaan is door gletsjers in de ijstijd. Aan de rand van de gletsjer smelt het ijs, en met het smeltwater mee spoelen zand en kleine steentjes het land op. Deze vormen de Sandr vlakte.
schaal van Richter Een meetmethode om aan te geven hoe zwaar een aardbeving is
schalie Lei, sedimentgesteente met korrels kleiner dan 0,06 mm
schol Onderdeel van de aardkorst dat zich zonder te breken kan verplaatsen. Hierdoor is het duidelijk dat de werelddelen zich ten opzichte van elkaar verplaatsen.
sediment Neerslag, nieuw gesteente gevormd aan het aardoppervlak
sedimentgesteente Gesteente dat ontstaat uit de restanten van andere gesteenten, planten of dieren. Sedimentgesteente is altijd gelaagd. Je kunt aan de lagen zien hoe het gesteente is gevormd. Vaak zitten er fossielen in de lagen.
seismograaf Toestel dat de hevigheid van trillingen van aardbevingen weergeeft op papier
seismische golven Ondergrondse trillingen die ontstaan bij een aardbeving en zich langzaam verplaatsen door het gesteente, boven de grond is er dan een aardbeving.
Siluur Het tijdperk 350 miljoen jaar geleden. Er zijn in Nederland geen delfstoffen te vinden uit dit tijdperk.
slenk Een verlaging in de bodem, ontstaan doordat de bodem verzakt is. Onder de oceaan kunnen ook slenken zitten, op de plek waar twee schollen uit elkaar gedreven zijn.
slib Achtergebleven slijk, modder
slik Aangeslibte, nog vochtige grond
soda Natriumcarbonaat, een soort zout
speleologie Grotonderzoek
stalagmiet Druipsteen in een grot die vanaf de bodem omhoog groeit. Hij ontstaat doordat in druppend water kalkdeeltjeszitten die zich opstapelen op een zelfde plek.
stalactiet Druipsteen in een grot die aan het plafond hangt. Hij ontstaat doordat druppend water kalkdeeltjes afzet, telkens op dezelfde plek.
steenkool Een delfstof ontstaan doordat fossiele bossen en moerassen bedekt raakten met een laag zand. Nadat het water en het gas eruit waren gedrukt (inkoling) ontstond er na lange tijd steenkool.
steentijd De tijd die in ons land duurde van 14.000 tot 2100 voor Chr. De mens gebruikte toen alleen maar stenen en benen werktuigen. De steentijd heette ook wel Paleolithicum.
steenzout In de bodem aanwezig keukenzout.
steppe Droge grasvlakte
stollingsgesteente Gesteente ontstaan uit vloeibaar gesteente dat langzaam afkoelt. Bij het ontstaan van de aarde werd veel stollingsgesteente gevormd. Maar ook nu ontstaat het nog wanneer het magma uit een vulkaan barst en de vloeibare lava langzaam stolt. Voorbeelden van stollingsgesteenten zijn graniet en basalt.
stollingsgesteenten Gesteenten die ontstaan uit vloeibaar gesteente dat langzaam afkoelt. Bij het ontstaan van de aarde werden veel stollingsgesteenten gevormd. Maar ook nu ontstaan ze nog wanneer een vulkaan uitbarst en de lava langzaam stolt. Voorbeelden van stollingsgesteenten zijn graniet en basalt.
stromatoliet De oudste fossiele levensvorm. Het zijn fossiele algen die 3,6 miljard jaar geleden leefden. Stromatolieten zijn in Australië gevonden.
stuifzand Zeer fijn zand dat meegevoerd wordt door de wind.
stuwwal Een langwerpige heuvel die ontstaan is door gletsjers in de ijstijd. Het ijs duwde puin en stenen voor zich uit. Toen de ijskap weer kleiner werd, bleef de stuwwal over. In Nederland liggen stuwwallen in zuid-Friesland, Drenthe, Utrecht (de Hondsrug) en bij Arnhem en Nijmegen.
subductie Het onder elkaar schuiven van aardplaten.
subductiezone De plek waar een aardplaat onder een andere schuift.
Suphu Eigenaar en piloot van de aardexpres.
T  
tectoniek Het verschuiven van de aardlagen.
tectonische activiteit Het verschuiven van de aardlagen.
terp Verhoging in het landschap waarop mensen vroeger hun huizen bouwden. Door op een terp te wonen waren ze beschermd tegen hoog water.
Tertiair Het tijdperk dat 60 miljoen jaar geleden begon, en duurde tot 2,5 miljoen jaar geleden. Nederland was half land en half zee. Het klimaat was tropisch, en op land waren moerassige bossen. Er leefden reuzenhaaien in zee, waarvan je nu nog steeds haaietanden kunt vinden bij het Zwin in Zeeland. Na het Tertiair kwam het Kwartair, ervoor kwam het Krijt.
toendra Mos- en grasvlakte in koud gebied
tras Tot poeder gemalen tufsteen
Trias De tijdsperiode 175 miljoen jaar geleden. Nederland was een grote woestijn met duinen. Er zijn kalksteen, zandsteen en zout gevormd in deze periode. Die zitten nu heel diep onder de grond. Na het Trias kwam het Jura, ervoor kwam het Perm.
trilobiet Dier dat miljoenen jaren geleden leefde en er een beetje uitzag als een grote pissebed. Trilobieten leefden in water. De enige diersoort die nu nog leeft en verwant is aan de trilobieten is de degenkrab.
trog Een erg diepe, nauwe spleet in de oceaanbodem.
troposfeer Dampkringlaag tot ongeveer 11 km boven de aarde
tufsteen Gesteente dat gevormd is bij een vulkaanuitbarsting. In de afkoelende lava zaten heel veel belletjes. Toen het hard werd, ontstond tufsteen. Tufsteen heeft veel gaatjes en lijkt op een stenen spons.
turf Uitgestoken en gedroogd veen dat als brandstof wordt gebruikt.
U  
uitspoelen Deeltjes die van de toplaag van bodem met het water meegevoerd worden naar dieper gelegen lagen.
uitsterven Ophouden te bestaan
V  
veen Een dikke laag plantenresten die ontstaat in een moeras. De resten verteren niet goed, en doordat het water eruit lekt ontstaat langzaam veen.
veengrond Grond van veen
vegetatie Plantengroei
veldspaat Eén van de meest voorkomende mineralen in de aardkorst. Alle stollingsgesteenten bevatten voor een deel veldspaat. De hoeveelheid veldspaat bepaalt wat voor soort stollingsgesteente het is. Veltspaat kan veel verschillende kleuren hebben, bijvoorbeeld wit, roze of zwart.
verdamping Het verdwijnen van water door het langzaam te verwarmen. Het water gaat over van vloeibaar naar gasvormig water.
Verwering Erosie, vergaan, verbrokkelen door weersomstandigheden
Verzilting Langzaam vol zout komen te zitten
Vulkaan Een berg die ligt op de plek waar aardplaten tegen elkaar botsen. Op deze plek kan het hete magma naar het aardoppervlakte stromen. Als dat gebeurt, barst de vulkaan uit en komt lava naar buiten
Vuursteen Steen waarmee je vonken kan slaan. 
W  
wad Klei- of zandbank aan de kust
waddenzee Kustgebied ten noorden van Nederland met veel klei- en zandbanken
wadi Plek waar regenwater gemakkelijk in de grond kan zakken
watererosie Verwering doordat er water over de rotsen stroomt
waterspiegel Wateroppervlak boven of onder de grond
weichselien De laatste ijstijd waarbij de ijskap Nederland bereikte
werelddeel Eén van de zeven grote vastelanden, continent. Europa, Afrika, Azië, Australië, Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Antarctica zijn werelddelen.
winderosie Verwering doordat de wind deeltjes van gesteente afslijt
woestijn Dorre, droge vlakte, vaak met veel zand. 
Z  
zand Steenpoeder met deeltjes van 0,05 tot 2 mm groot
zandsteen Sedimentgesteente met korrels van 0,06 tot 2 mm.
Zechstein zee De zee die ons land bedekte in de tijd van het Perm. De zee was erg zout, zo zout dat het uiteindelijk pekel werd en nog later vast zout. Er leefden op het laatst alleen nog maar pekelkreeftjes.
zonnestelsel Zon met daarom wentelende planeten met hun manen.
zout Natriumchloride
zoutwinning Het verkrijgen van zout door het uit de grond te halen of door zeewater te verdampen 
zwerfkei Grote rots die in de ijstijd door de gletsjers naar ons land vervoerd is. Toen het ijs verdween, is de kei blijven liggen.
Zuidpool Het gebied ten zuiden van de zuidpoolcirkel, zuidelijk uiteinde van de aardas, Antarctica.